BRANDWEER Kortrijk



Proeven inzake lichamelijke geschiktheid

Op de proeven staan geen punten. De kandidaten moeten slagen in 8 van de 10 proeven. Het niet slagen in proef C (evenwicht) en proef E (beklimmen van de luchtladder),zijn eliminerend.

1. Voorligsteun (10 maal)
Het lichaam, dat op de handen en voeten steunt, vormt een rechte lijn van de schouders tot de hielen terwijl de armen loodrecht op de grond staan. Tijdens de oefening moet de borst de grond lichtjes geraken. Armen buigen/strekken.

2. Buigen van de armen (4 maal)
In hang aan de boom of de brug, de handen in pronatie,dwz. de palm naar binnen. Het toestel wordt op een zulk danige hoogte geplaatst dat de voeten de grond niet raken. Voor de goede uitvoering is vereist dat de kin boven de brug uitkomt.

3. Evenwicht (in 8 sec)
Twee pogingen worden aan de kandidaat toegestaan. Op een boom van 7 tot 10 cm breed, op 3.50m lang, geplaatst op een hoogte van 1.20m. vrije manier van op en afstijgen; de proef wordt gechronometreerd bij het geven van het signaal wanneer de kandidaat zich in evenwicht op de boom gesteld heeft. De chronometer wordt stilgelegd bij het einde van de parcours,voor de kandidaat van het toestel afstijgt, de voet voorwaarts gestrekt op het uiteinde van de boom.

4. 4m touwklimmen (in 15 sec) (nul meter)
twee pogingen, met een tussenpoos van 15 min.,worden aan de kandidaat toegestaan. Het startsein wordt aan de kandidaat gegeven wanneer deze bij het touw staat, de armen langs het lichaam.

5. Beklimmen van de luchtladder (20m – in 40 sec)
twee pogingen, met een tussenpoos van 15min., worden aan de kandidaat toegestaan. De start gebeurt vanaf de voet van de ladder. De kandidaat houdt de armen langs het lichaam en raakt de ladder niet aan voor de start. De ladder staat nergens tegen en heeft een hellingshoek van 70°.

6. Dragen over 50 meter (in 30sec)
twee pogingen met een tussenpoos van 30 minuten.,worden aan de kandidaat toegestaan. De proef bestaat in het dragen van een man van hetzelfde gewicht, op 5 Kg na als de drager. Voor de vrouwelijke kandidaten is het dragen van een gewicht beperkt tot 35 Kg. Hulpgreep bij een arm en een been. Het startsein  wordt aan de kandidaat gegeven wanneer het de last heeft opgenomen.

7. Lengtesprong zonder aanloop (2m)
twee pogingen, met een tussenpoos van 5 min.,worden aan de kandidaat toegestaan. Start: voeten gesloten achter een lijn. De afstand wordt bepaald door het dichtst bij de startlijn achtergelaten spoor, ongeacht met welk lichaamsdeel de grond werd geraakt

8. Diepstesprong (2m)
De kandidaat start vanuit de strekstand en mag geen tussensteun hebben. Het neerkomen gebeurt op een tapijt.

9. 600m lopen (in 2min 45 sec)

10. Zwemmen (50m)
      * Om te kunnen deelnemen aan de proeven dienen de kandidaten VOORAF geschikt bevonden worden ingevolge een medisch  onderzoek.